Je kunt kortdurend en langdurend zorgverlof krijgen voor mensen uit je omgeving die ziek of hulpbehoevend zijn. Het gaat om:

  • kinderen, partner, ouders, grootouders, kleinkinderen, broers en zussen (tweedegraads bloedverwanten);

  • andere huisgenoten dan kinderen of partner (bijvoorbeeld een inwonende tante);

  • bekenden (iemand met wie u een sociale relatie heeft. Bijvoorbeeld schoonouders, een buurvrouw of een vriend).

  • Als je kind ziek is geworden, heb je recht op kortdurend zorgverlof. Het kan gaan om: eigen kind, adoptiekind. een kind van de partner met wie je samenwoont of een pleegkind (als dit kind bij je woont).


  • Voorwaarde voor het kortdurend zorgverlof is dat de zieke verzorging nodig heeft en dat je de enige bent die dit kan geven. Voor iemand die bijvoorbeeld in het ziekenhuis ligt, kun je geen kortdurend zorgverlof opnemen.

  • Je meldt het verlof zo spoedig mogelijk bij je werkgever. Je werkgever kan achteraf vragen om bewijs dat het verlof nodig was. Je kunt bijvoorbeeld een doktersrekening laten zien, of een afspraakbevestiging voor een onderzoek in het ziekenhuis. Je werkgever mag kortdurend zorgverlof alleen weigeren als het bedrijf daardoor in ernstige problemen komt. Om die reden mag je werkgever het kortdurend verlof nog tegenhouden nadat je het bij hem hebt gemeld. Maar ben je al met kortdurend verlof, dan mag je werkgever dit niet meer stopzetten.

  • Tijdens het zorgverlof gaat de opbouw van je wettelijke vakantiedagen door. Je werkgever mag de kortdurend zorgverlofdagen niet aftrekken van je wettelijke vakantiedagen.

  • Het recht op kortdurend zorgverlof bedraagt 2 keer je aantal werkuren per week binnen 12 maanden.

  • Tijdens kortdurend verlof krijg je ten minste 70% van je salaris. Als dat minder is dan het minimumloon, dan ontvang je het minimumloon.